ECLI:NL:CRVB:2012:BY5281
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging recht op Ziektewetuitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant, die sinds 2004 whiplashklachten heeft, was sinds 2006 werkzaam als medewerker betonmortelcentrale en viel in 2007 uit vanwege diverse fysieke klachten. Het UWV stelde in februari 2010 vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en geschikt voor andere functies. Na het einde van het dienstverband in juli 2010 meldde appellant zich ziek met toegenomen klachten. Het UWV beëindigde per 2 maart 2011 het recht op ziekengeld na een medisch onderzoek.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het UWV werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat appellant niet verder beperkt was dan bij de WIA-beoordeling. De rechtbank zag geen reden om rapporten van een neuroloog en psychiater af te wachten omdat deze niet relevant waren voor de Ziektewetbeoordeling.
In hoger beroep herhaalde appellant het standpunt dat het medisch onderzoek onvoldoende zorgvuldig was en dat de civiele deskundigenrapporten meegewogen moesten worden. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was, dat er geen nieuwe medische feiten waren en dat de civiele rapporten niet noodzakelijk zijn voor de Ziektewetbeoordeling.
De Raad concludeerde dat er geen toename van beperkingen was en dat het UWV terecht het ziekengeld had beëindigd. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het besluit tot beëindiging van het ziekengeld per 2 maart 2011 wordt bevestigd.