ECLI:NL:CRVB:2012:BY5291
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op ZW-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellante was werkzaam als klassen-assistent en viel uit met rugklachten. Het UWV stelde vast dat zij per 24 september 2009 minder dan 35% arbeidsongeschikt was en geen recht had op een WIA-uitkering. Na een ongeval in 2010 en toegenomen psychische klachten meldde zij zich ziek en ontving zij ziekengeld. Het UWV verklaarde het recht op ziekengeld per 22 augustus 2011 beëindigd, omdat zij geschikt werd geacht voor bepaalde functies.
Appellante maakte bezwaar en voerde aan dat zij vanwege een depressie met psychotische kenmerken niet kon werken. De bezwaarverzekeringsarts concludeerde na uitgebreid medisch onderzoek dat appellante wel geschikt was voor de geduide functies, rekening houdend met haar beperkingen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en volgde het medisch oordeel.
In hoger beroep stelde appellante dat zij nog steeds ernstige klachten had en vroeg om benoeming van een deskundige. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was verricht, dat de bevindingen van de bezwaarverzekeringsarts niet ter discussie stonden en dat de aanvullende medische informatie onvoldoende aanleiding gaf tot een ander oordeel. Het verzoek om deskundigenonderzoek werd afgewezen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het UWV dat appellante geen recht meer heeft op ziekengeld. Er zijn geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De uitspraak is gedaan door C.P.J. Goorden op 5 december 2012.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen recht meer heeft op ziekengeld per 22 augustus 2011.