ECLI:NL:CRVB:2012:BY5304
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldig medisch onderzoek bevestigd
Appellante, werkzaam als onderwijsassistente, meldde zich ziek op 3 maart 2011 en ontving een uitkering op grond van de Werkloosheidswet. Na medisch onderzoek door een verzekeringsarts werd zij op 25 maart 2011 geschikt bevonden voor haar werk. Het UWV beëindigde daarop haar Ziektewetuitkering per 30 maart 2011.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit en overlegde medische informatie van haar huisarts. Het bezwaar werd ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de conclusies van de verzekeringsartsen gevolgd konden worden.
In hoger beroep stelde appellante dat zij vanwege lichamelijke en geestelijke klachten niet geschikt was om haar werk te hervatten. Zij overlegde een brief van haar huisarts van oktober 2012 ter onderbouwing. De Raad oordeelde echter dat het medisch onderzoek voldoende zorgvuldig was, waarbij zowel lichamelijk als psychisch onderzoek had plaatsgevonden en alle relevante medische informatie was meegewogen.
De Raad concludeerde dat appellante op 30 maart 2011 geschikt was voor haar eigen arbeid en dat het UWV het recht op ziekengeld terecht had beëindigd. Het hoger beroep werd verworpen en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering per 30 maart 2011 en wijst het hoger beroep af.