ECLI:NL:CRVB:2012:BY5310
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht meer op ZW-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant, laatst werkzaam als stucadoor, meldde zich ziek met klachten van overspannenheid en rugklachten. Het UWV stelde vast dat appellant vanaf 1 juni 2010 geen recht meer had op ziekengeld. Dit besluit werd na bezwaar gehandhaafd, waarbij de bezwaarverzekeringsarts een zorgvuldig onderzoek uitvoerde en concludeerde dat appellant niet arbeidsongeschikt was vanaf die datum.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en vond geen aanleiding om te twijfelen aan de bevindingen van de bezwaarverzekeringsarts. Appellant overhandigde een brief van zijn psycholoog, maar deze leidde niet tot een ander oordeel omdat de psychische klachten niet ernstig invaliderend waren op de datum in geding.
In hoger beroep stelde appellant dat de rechtbank onvoldoende gewicht had toegekend aan het psychologenrapport en dat hij door zijn psychische gesteldheid niet eerder hulp kon zoeken. De Raad oordeelde dat de bezwaarverzekeringsarts rekening had gehouden met alle medische informatie, waaronder huisartsgegevens en beeldvormend onderzoek, en dat er geen aanwijzingen waren voor ernstige psychiatrische aandoeningen.
De Raad concludeerde dat de medische stukken geen aanleiding gaven tot twijfel aan de bevindingen van de bezwaarverzekeringsarts en dat appellant geen nieuwe medische informatie had overgelegd die tot een ander oordeel zou leiden. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het besluit tot beëindiging van de ZW-uitkering bevestigd.