ECLI:NL:CRVB:2012:BY5464
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering na zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellante maakte bezwaar tegen de weigering van een WIA-uitkering per einde wachttijd 9 oktober 2009, omdat zij meende dat haar medische beperkingen onvoldoende waren meegewogen. De rechtbank Utrecht verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts een zorgvuldig onderzoek hadden verricht en dat de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) een juiste weergave gaf van haar beperkingen.
In hoger beroep herhaalde appellante haar bezwaren, met name over de ernst van haar klachten aan de armen en de diagnose carpaal tunnel syndroom (CTS). De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat deze medische gegevens niet relevant waren voor de datum in geschil en dat de CTS niet onderbouwd was met medische stukken die beperkingen op die datum aantoonden.
De Raad concludeerde dat de arbeidskundige rapportages een deugdelijke grondslag boden en dat de belasting in de maatgevende arbeid de mogelijkheden van appellante niet overschreed. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens voldoende zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek.