ECLI:NL:CRVB:2012:BY5556
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- O.H.L.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens zelfstandige status volgens Bbz 2004
Appellant diende twee aanvragen om bijstand in, welke beide werden afgewezen omdat hij werd aangemerkt als zelfstandige in de zin van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz) 2004. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het vertrouwensbeginsel van appellant af. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak.
De Raad oordeelde dat appellant gedurende de relevante periode voor zijn bestaan was aangewezen op arbeid in zijn eigen transportbedrijf en daarmee voldeed aan de criteria van zelfstandigheid volgens artikel 1, aanhef en onder b, van het Bbz 2004. Dit maakte hem niet tot doelgroep van de WWB. Ondanks het negatieve bedrijfsresultaat was dit niet relevant voor de beoordeling van het recht op bijstand op grond van de WWB.
Appellant had de aanvraag om algemene bijstand ingediend, maar dit kon hem niet baten omdat hij onmiskenbaar als zelfstandige moest worden aangemerkt. De Raad stelde dat de beoordeling van de levensvatbaarheid van de onderneming pas aan de orde komt bij een aanvraag op grond van het Bbz 2004, hetgeen hier niet het geval was.
Het hoger beroep werd daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen omdat appellant als zelfstandige wordt aangemerkt en niet tot de doelgroep van de WWB behoort.