ECLI:NL:CRVB:2012:BY5627
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering naar 55-65% arbeidsongeschiktheid
Appellante, die sinds 1994 wegens neurologische klachten niet meer volledig kon werken, kreeg aanvankelijk een WAO-uitkering gebaseerd op 80-100% arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling in 2009 werd deze uitkering herzien naar 55-65%, met het uitgangspunt dat zij zes uur per dag passende arbeid kon verrichten. Appellante voerde aan dat zij door concentratieproblemen en andere cognitieve beperkingen niet in staat was tot zes uur arbeid per dag en dat de rechtbank een neuropsychologisch onderzoek had moeten laten uitvoeren.
De Raad wees een door hem benoemde neuroloog aan die concludeerde dat de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) de belastbaarheid van appellante juist weergeeft en dat zij de aan haar voorgehouden functies kan vervullen. Hoewel de deskundige geen neuropsychologisch onderzoek liet verrichten, erkende de Raad dat dergelijke bevindingen relevant kunnen zijn mits zij medisch onderbouwd zijn. Het overgelegde neuropsychologisch rapport toonde concentratieproblemen en beperkingen bij het verwerken van informatie, welke adequaat in de FML waren verwerkt.
De Raad vond geen aanleiding om het standpunt van appellante te volgen dat zij slechts twee uur per dag kon werken, mede omdat dit niet onderbouwd was. Ook het eerdere oordeel van het UWV over vier uur arbeid per dag betrof een andere periode. Het beroep van appellante werd ongegrond verklaard en de herziening van de WAO-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar 55-65% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd en het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard.