ECLI:NL:CRVB:2012:BY5666
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verplichtingen werk vinden bij bijstandsuitkering ondanks structurele beperkingen
Appellant, ontvanger van een bijstandsuitkering, was tot juni 2009 ontheven van de verplichtingen tot arbeidsinschakeling. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees appellant bij besluit van 9 februari 2011 op zijn verplichtingen om werk te vinden, gebaseerd op een medisch onderzoek van de bedrijfsarts en een arbeidsdeskundig advies. De bedrijfsarts constateerde structurele functionele beperkingen, maar achtte appellant geschikt voor werk rekening houdend met deze beperkingen. De arbeidsdeskundige adviseerde licht administratief werk en andere zittende werkzaamheden.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het college op 28 april 2011 ongegrond werd verklaard. De rechtbank Amsterdam bevestigde dit in september 2011, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. Hij stelde dat de adviezen onzorgvuldig waren en zijn beperkingen werden onderschat.
De Raad oordeelde dat het college zich terecht baseerde op de deskundige adviezen die zorgvuldig, inzichtelijk en consistent waren. De bedrijfsarts had de verklaring van de behandelend allergoloog uit 2007 meegenomen en er waren geen nieuwe medische gegevens die het oordeel konden weerleggen. De stelling van appellant dat hij niet geschikt zou zijn voor de voorgestelde werkzaamheden was onvoldoende onderbouwd. De Raad bevestigde dat de mededeling dat appellant volledig arbeidsgeschikt werd geacht, niet in strijd is met de geconstateerde beperkingen, aangezien hiermee rekening wordt gehouden.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de verplichting tot het vinden van werk blijft gehandhaafd ondanks de beperkingen van appellant.