ECLI:NL:CRVB:2012:BY5694
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toekenning bijzondere bijstand met terugwerkende kracht wegens bijzondere omstandigheden
Appellant ontvangt sinds 2002 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). In 2010 vraagt hij bijzondere bijstand aan op grond van de Regeling Aanvullende tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten, met ingang van november 2007. Het college kent bijzondere bijstand toe vanaf 1 augustus 2010, maar weigert terugwerkende kracht toe te kennen.
De rechtbank verklaart het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat er bijzondere omstandigheden zijn die een terugwerkende kracht rechtvaardigen tot 1 september 2009. Deze omstandigheden betreffen onder meer een hersenbloeding in 2007, gedeeltelijke verlamming, rolstoelafhankelijkheid, en het feit dat een medewerker van de gemeente appellant niet adequaat heeft gewezen op de regeling.
De Raad vernietigt het besluit van het college voor zover het de ingangsdatum betreft en herroept het besluit van 22 november 2010. Tevens veroordeelt de Raad het college in de proceskosten en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed. De bijzondere bijstand wordt vastgesteld op €140 per maand met ingang van 1 september 2009.
Uitkomst: Bijzondere bijstand wordt toegekend met terugwerkende kracht tot 1 september 2009.