ECLI:NL:CRVB:2012:BY5721
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens onvoldoende duidelijkheid woon- en leefsituatie
Appellant heeft op 28 mei 2010 een bijstandsuitkering aangevraagd. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam weigerde de aanvraag omdat appellant niet voldeed aan zijn inlichtingenverplichting over zijn woon- en leefsituatie. Een huisbezoek op 1 juni 2010 leverde onvoldoende bewijs op van zijn verblijf op het opgegeven adres.
Het college verklaarde het bezwaar tegen de afwijzing ongegrond en de rechtbank Amsterdam bevestigde dit besluit. Appellant ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad oordeelde dat voor het vaststellen van het recht op bijstand essentiële duidelijkheid over de woon- en leefsituatie vereist is, en dat appellant deze niet heeft gegeven.
De Raad vond de verklaringen van appellant over het ontbreken van persoonlijke spullen en administratie niet aannemelijk. Ook al is later een uitkering toegekend, dat doet niet af aan de situatie tijdens de beoordelingsperiode. Daarom is het college terecht tot afwijzing overgegaan. Het hoger beroep wordt afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt bevestigd wegens onvoldoende duidelijkheid over de woon- en leefsituatie.