ECLI:NL:CRVB:2012:BY5750
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verlaging bijstand wegens voortijdige stopzetting voorziening door eigen toedoen
Appellant ontving aanvullende bijstand en was werkzaam via een arbeidsovereenkomst die voortijdig werd opgezegd wegens het verlaten van de werkplek zonder afmelding. Het college van burgemeester en wethouders van ’s-Gravenhage verlaagde de bijstand met 100% als maatregel. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraak en het besluit van het college.
De Raad oordeelt dat appellant niet geheel geen gebruik heeft gemaakt van de voorziening, maar deze voortijdig stopzette door eigen toedoen. Het college had dit moeten regelen in de Maatregelenverordening, wat niet is gebeurd. Daarom ontbreekt een juiste grondslag voor de volledige verlaging.
De Raad stelt de bijstandsverlaging vast op 30% gedurende één maand, conform de Maatregelenverordening voor onvoldoende gebruik van een voorziening. Tevens veroordeelt de Raad het college in de kosten van appellant en vergoedt het betaalde griffierecht.
Uitkomst: De bijstand van appellant wordt met ingang van 1 september 2010 gedurende één maand verlaagd met 30% van de toepasselijke bijstandsnorm.