ECLI:NL:CRVB:2012:BY5759
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering IVA-uitkering wegens ontbreken duurzame arbeidsongeschiktheid per 15 augustus 2006
Appellant, een voormalig magazijnbediende, viel op 27 januari 2004 uit wegens ziekte. Het UWV weigerde vanaf 24 januari 2006 een WIA-uitkering. Later werd vastgesteld dat appellant vanaf 12 mei 2007 recht had op een WGA-uitkering. Appellant stelde beroep in tegen diverse besluiten, waaronder een besluit van 2 april 2009 waarin werd vastgesteld dat hij per 15 augustus 2006 volledig arbeidsongeschikt was.
De rechtbank vernietigde dit besluit wegens onvoldoende motivering omtrent de duurzaamheid van de arbeidsongeschiktheid per genoemde datum. Het UWV nam daarop een nieuw besluit op 17 augustus 2011, waarin de IVA-uitkering werd geweigerd omdat appellant niet duurzaam arbeidsongeschikt was. Tevens werd een schadevergoeding toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant niet duurzaam arbeidsongeschikt was per 15 augustus 2006, omdat er nog herstelmogelijkheden waren. Dit oordeel is gebaseerd op medische rapporten waarin fysieke en psychische klachten zijn beoordeeld, met inachtneming van behandeladviezen en prognoses. De Raad bevestigt het besluit van het UWV en de uitspraak van de rechtbank Amsterdam. Er wordt geen hogere schadevergoeding toegekend en geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de IVA-uitkering per 15 augustus 2006 wegens het ontbreken van duurzame arbeidsongeschiktheid.