ECLI:NL:CRVB:2012:BY5773
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Toewijzing schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn bestuursrechtelijke procedure
Betrokkene stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank in een procedure tegen het UWV. De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat de rechterlijke fase in beroep en hoger beroep in totaal vijf jaar en acht maanden had geduurd, wat een overschrijding van de redelijke termijn betekende. De Staat erkende de overschrijding deels, maar betoogde dat een deel van de vertraging aan betrokkene toe te rekenen was. De Raad verwierp dit en oordeelde dat de vertraging die voortkwam uit een opschorting van de procedure door een beslissing van de rechtbank niet aan betrokkene kan worden toegerekend.
De Raad overwoog dat bij samenloop van procedures in hoger beroep doorgaans wordt uitgegaan van één procedure voor de bepaling van de overschrijding, tenzij sprake is van uitzonderlijke situaties. De complexiteit van de zaak en het gedrag van betrokkene rechtvaardigden geen afwijking van de werkelijke duur van de rechterlijke fase. Betrokkene had immateriële schade geleden door spanning en frustratie, waarvoor een schadevergoeding van €500 per halfjaar passend werd geacht. De totale overschrijding van ruim twee jaar leidde tot een schadevergoeding van €2.500.
Een verzoek van betrokkene tot vergoeding van schade voortvloeiend uit een andere oorzaak dan de overschrijding van de redelijke termijn werd afgewezen. De Staat werd veroordeeld tot betaling van de schadevergoeding en proceskosten van €459,40. Kosten van een fiscaal adviseur werden niet vergoed.
Uitkomst: De Staat wordt veroordeeld tot betaling van €2.500 schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.