ECLI:NL:CRVB:2012:BY5778
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant vorderde een WIA-uitkering, welke door het UWV per 2 januari 2006 werd ontzegd wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid. Na bezwaar en eerdere uitspraak van de rechtbank Groningen die dit oordeel bevestigde, stelde appellant in hoger beroep dat zijn arbeidsongeschiktheid sinds 2007 was toegenomen.
De Centrale Raad van Beroep heeft het medisch onderzoek van de bezwaarverzekeringsarts als zorgvuldig beoordeeld en oordeelde dat het UWV voldoende rekening heeft gehouden met de beperkingen van appellant. Ingediende medische rapporten, waaronder een brief van een klinisch psycholoog, boden geen nieuwe of afwijkende informatie over de arbeidsmogelijkheden sinds 2 januari 2006.
Appellant voerde aan dat het UWV onterecht geen aanvullende medische gegevens had opgevraagd, maar de Raad stelde dat een verzekeringsarts mag vertrouwen op zijn eigen oordeel tenzij er sprake is van lopende of geplande behandeling of een afwijkend standpunt van de behandelend sector, wat hier niet het geval was.
Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de WIA-uitkering bevestigd.