ECLI:NL:CRVB:2009:BI4086
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H. Bolt
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Weigering WIA-uitkering na medische en arbeidskundige beoordeling
Appellant, die sinds 2004 psychische klachten heeft en in 2005 een schedeltrauma opliep door mishandeling, vroeg in 2005 een WIA-uitkering aan. Het UWV weigerde deze uitkering omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht op basis van verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek. De rechtbank vernietigde het besluit vanwege onvoldoende toelichting op de geduide functies, maar handhaafde de rechtsgevolgen omdat het UWV alsnog een adequate toelichting gaf.
In hoger beroep stelde appellant dat het UWV onvoldoende rekening hield met zijn beperkingen, waaronder verborgen beperkingen in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML), en dat de rechtbank ten onrechte niet oordeelde over de vergoeding van kosten voor een door hem geraadpleegde deskundige. De Raad oordeelde dat de medische klachten voldoende waren onderkend en dat de bezwaarverzekeringsarts de informatie van de behandelend sector betrok. De brief van een arts die PTSS stelde, veranderde het oordeel niet.
De Raad stelde vast dat de geduide functies medisch passend waren en verwierp de bezwaren van appellant. Wel vernietigde de Raad het deel van de uitspraak waarin de rechtbank niet besliste over de vergoeding van de kosten voor de door appellant ingeschakelde deskundige en veroordeelde het UWV tot vergoeding van €75. Tevens werd het UWV veroordeeld tot betaling van de proceskosten in hoger beroep en het griffierecht.
Uitkomst: Het UWV heeft terecht de WIA-uitkering geweigerd en wordt veroordeeld tot vergoeding van kosten voor een door appellant ingeschakelde deskundige.