ECLI:NL:CRVB:2012:BY5818
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens weigering medewerking psychologisch onderzoek
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB en werd verplicht mee te werken aan een psychologisch onderzoek gericht op arbeidsinschakeling. Na weigering van medewerking legde het college een maatregel op: een verlaging van de bijstand met 10% voor één maand.
Appellant stelde dat hij te ziek was om het onderzoek van circa twee uur te ondergaan en dat de weigering hem niet kon worden verweten. Ter onderbouwing overhandigde hij een verklaring van zijn huisarts. Ook voerde hij aan dat de maatregel in strijd was met het EVRM vanwege de onevenredige gevolgen.
De Raad oordeelde dat appellant redelijkerwijs zijn medewerking had kunnen verlenen, mede omdat het onderzoek was beperkt tot twee uur. De medische verklaring bood geen aanleiding tot een ander oordeel, omdat deze niet specifiek betrekking had op het onderzoek. De Raad verwierp het beroep en bevestigde de verlaging van de bijstand. Verzoeken om een dwangsom en schadevergoeding werden afgewezen.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand met 10% voor één maand wordt bevestigd wegens het niet meewerken aan het psychologisch onderzoek.