ECLI:NL:CRVB:2012:BY5821
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling omzetting bedrijfskrediet en periodieke uitkering levensonderhoud onder Bbz 2004
Appellante exploiteerde een nagelstudio en ontving een bedrijfskrediet en een periodieke uitkering levensonderhoud op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz 2004). Het college besloot slechts een deel van het bedrijfskrediet om te zetten in een bedrag om niet en stelde de periodieke uitkering buiten invordering.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep betoogde appellante dat het netto-inkomen en de jaarnorm onjuist waren vastgesteld, met name dat het bedrijfskrediet als bijzondere bijstand had moeten worden meegerekend bij de jaarnorm.
De Raad oordeelde dat het bedrijfskrediet niet als bijzondere bijstand kan worden aangemerkt en dat het college het netto-inkomen op juiste wijze had vastgesteld aan de hand van het bedrijfsresultaat, WAO-uitkering en alimentatie. De enkele verwijzing naar het gemeentelijk standpunt als motivering van het besluit is geoorloofd.
Het hoger beroep faalt en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de gedeeltelijke omzetting van het bedrijfskrediet in een bedrag om niet wordt bevestigd.