ECLI:NL:CRVB:2012:BY5822
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WGA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid na fibromyalgiebeoordeling
Appellante, die sinds 2005 uitviel wegens spier- en gewrichtsklachten en een WGA-uitkering ontving, kreeg deze per 1 maart 2011 beëindigd door het UWV vanwege een arbeidsongeschiktheidspercentage van minder dan 35%. De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellante ongegrond, waarbij werd vastgesteld dat de medische beperkingen, waaronder fibromyalgie, adequaat waren meegenomen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML).
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar beperkingen, mede door het dragen van braces, niet voldoende waren meegewogen en dat haar situatie sinds 2006 onveranderd was. Zij overhandigde medische rapporten van haar behandelend reumatoloog en een second opinion.
De Raad oordeelde dat de medische stukken geen aanleiding gaven om te twijfelen aan de vastgestelde beperkingen door de verzekeringsartsen. De eerdere FML uit 2010 werd als juist beoordeeld, en het verschil met de situatie in 2006 werd toegelicht. De bezwaararbeidsdeskundige concludeerde dat appellante geschikt was voor bepaalde functies, wat resulteerde in een arbeidsongeschiktheidspercentage onder 35%. De Raad bevestigde daarom het besluit tot beëindiging van de uitkering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WGA-uitkering wegens een arbeidsongeschiktheidspercentage onder 35%.