ECLI:NL:CRVB:2012:BY5953
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op Ziektewet-uitkering wegens geschiktheid voor passende arbeid
Appellante, voormalig verkoopster, werd in april 2007 arbeidsongeschikt en kreeg vanaf 21 april 2009 geen WIA-uitkering omdat zij geschikt werd geacht voor passende functies met een inkomen dat haar arbeidsongeschiktheid onder 35% bracht. Na ziekmelding in november 2009 stelde het UWV bij besluit van 4 maart 2010 vast dat zij geen recht heeft op een Ziektewet-uitkering omdat zij niet ongeschikt is voor haar arbeid.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het UWV op 3 juni 2010 werd afgewezen. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond en hechtte waarde aan de rapportages van de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts. In hoger beroep voerde appellante aan dat haar beperkingen, vooral aan de bovenste extremiteiten, werden onderschat en overhandigde zij aanvullende rapportages.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat er geen nieuwe medische gegevens zijn die het eerdere oordeel rechtvaardigen te wijzigen. De verzekeringsartsen concludeerden op verantwoorde wijze dat appellante haar arbeid kan verrichten. Een onderzoek door een onafhankelijke medisch deskundige is niet nodig. Het hoger beroep wordt verworpen, de eerdere uitspraak bevestigd en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV bevestigd dat appellante geen recht heeft op een Ziektewet-uitkering.