ECLI:NL:CRVB:2012:BY5966
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging bijstand aan zelfstandige wegens overschrijding bijstandsnorm
Appellante ontving bijstand op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004) vanwege de exploitatie van een nagelstudio. Het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer stopte de bijstand per 1 juli 2006 omdat het inkomen van appellante hoger was dan de toepasselijke bijstandsnorm.
Appellante maakte bezwaar tegen deze intrekking en voerde aan dat zij als zelfstandig ondernemer zowel noodzakelijke kosten van levensonderhoud als kosten voor instandhouding van haar onderneming had, waardoor er sprake was van een tekort en dus recht op bijstand. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat het college ten onrechte alleen had getoetst aan artikel 11, eerste lid, van de Wet werk en bijstand (WWB) en niet aan het Bbz 2004, maar dat dit niet tot een ander oordeel leidt. Omdat het netto-inkomen van appellante hoger was dan de bijstandsnorm, was zij niet langer aan te merken als zelfstandige die op bijstand was aangewezen. De bestreden intrekking van de bijstand was daarom terecht.
De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand is terecht omdat het inkomen van appellante hoger was dan de toepasselijke bijstandsnorm.