ECLI:NL:CRVB:2012:BY6019
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onverschuldigde Ziektewet-uitkering en bruto verrekening met WAO-uitkering
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen besluiten van het UWV tot terugvordering van onverschuldigd betaalde Ziektewet-uitkeringen over de periode van 1 februari tot en met 31 december 2005. Het UWV had een bedrag van €7.352,28 teruggevorderd en deze invordering deels verrekend met de WAO-uitkering van appellant.
De rechtbank had het beroep tegen het terugvorderingsbesluit ongegrond verklaard, waarbij werd vastgesteld dat de bruto verrekening van het netto-verrekeningsbedrag leidde tot een netto verrekening die lager was dan het vastgestelde bedrag, waardoor appellant geen nadeel ondervond. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de bruto verrekening onterecht was en dat geen rekening was gehouden met fiscale gevolgen en de mogelijkheid tot gespreide invordering over 36 maanden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV voldoende inzichtelijk heeft gemaakt dat de terugvordering correct is vastgesteld en dat er geen wettelijke bepaling is die zich verzet tegen bruto verrekening. Ook is geen aanleiding om af te zien van terugvordering of om tegemoet te komen aan fiscale schadeclaims. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering en bruto verrekening van de Ziektewet-uitkering wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.