ECLI:NL:CRVB:2012:BY6034
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek aanvullende beurs zonder rekening te houden met inkomen vader
Appellante verzocht de Minister van Onderwijs om het inkomen van haar vader niet mee te laten wegen bij de vaststelling van haar aanvullende beurs op grond van artikel 3.14 van de Wet studiefinanciering 2000. De Minister wees dit verzoek af omdat appellante geen alimentatievonnis of notariële akte kon overleggen waaruit de hoogte van de alimentatie blijkt.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat zij geen stappen had ondernomen om een alimentatievonnis te verkrijgen. Ook waren er geen zodanig zwaarwegende en bijzondere omstandigheden die toepassing van de hardheidsclausule rechtvaardigden.
In hoger beroep onderschreef de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad benadrukte dat het op de studerende ligt om zich tot de burgerlijke rechter te wenden voor vaststelling van de onderhoudsverplichting. Appellante had geen gegronde redenen aangevoerd waarom dit niet van haar kon worden verlangd. Ook reageerde zij niet op verzoeken van de Minister om bewijs van bijzondere omstandigheden te leveren.
De Raad concludeerde dat de Minister terecht het inkomen van de vader heeft betrokken bij de vaststelling van de aanvullende beurs en dat er geen grond is om hiervan af te wijken. Een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het verzoek om het inkomen van de vader buiten beschouwing te laten bij de aanvullende beurs wordt afgewezen.