ECLI:NL:CRVB:2012:BY6089
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van de Griend
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Beoordeling schadevergoeding bij niet-verlenging tijdelijke aanstelling ambtenaar
Appellant was vanaf 1 november 2008 tijdelijk aangesteld als Adviseur B bij het Hoogheemraadschap van Rijnland met uitzicht op een vaste aanstelling per 1 november 2009. Het college besloot de tijdelijke aanstelling niet te verlengen, wat na bezwaar werd gehandhaafd. De rechtbank vernietigde dit besluit en oordeelde dat een fictieve verlenging van zes maanden passend was vanwege de ziekte van appellant.
Appellant stelde hoger beroep in tegen de omvang van de schadevergoeding en wenste een fictieve verlenging van een jaar zonder aftrek van ziektewetuitkering. De Raad verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk omdat de betreffende rechtsoverweging van de rechtbank niet bindend was.
De Raad oordeelde dat de termijn van zes maanden in lijn is met vaste rechtspraak en dat verrekening van de schadevergoeding met de ziektewetuitkering gerechtvaardigd is omdat de tijdelijke aanstelling niet is herleefd. Het beroep tegen het nieuwe besluit van 4 juli 2011 werd ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 13 december 2012.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot toekenning van zes maanden schadevergoeding wordt ongegrond verklaard.