ECLI:NL:CRVB:2007:BA0551
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- K. Zeilemaker
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schadevergoeding wegens onvoldoende begeleiding bij niet-voortzetting tijdelijke aanstelling ambtenaar
Appellante was vanaf 1 februari 1994 tijdelijk aangesteld als bewaarder bij de Penitentiaire Inrichtingen Over Amstel met een proeftijd verlengd tot 1 februari 1997. De minister besloot de aanstelling niet voort te zetten, wat na bezwaar en eerdere procedures leidde tot vernietiging van het besluit wegens onvoldoende begeleiding tijdens de proeftijd.
De minister handhaafde de weigering tot voortzetting bij besluit van 2 april 2003 en kende appellante een schadevergoeding van €5.000,- toe, gebaseerd op een fictieve verlenging van het dienstverband tot 1 augustus 1997. De rechtbank stelde vervolgens een hogere vergoeding van €6.076,- vast, berekend op basis van het laatstgenoten salaris en de duur van het dienstverband.
Appellante stelde hoger beroep in tegen de hoogte van deze vergoeding. De Raad oordeelde dat de rechtbank ten onrechte de kantonrechtersformule toepaste en dat de minister's uitgangspunt van een fictieve verlenging met een half jaar redelijk was. Gezien appellantes volledige arbeidsongeschiktheid in die periode was er geen inkomensschade en was de vergoeding passend.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees een vergoeding van €6.076,- toe ter compensatie van het eerdere onrechtmatige besluit.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de toekenning van een schadevergoeding van €6.076,- aan appellante wegens onvoldoende begeleiding en niet-voortzetting van haar tijdelijke aanstelling.