ECLI:NL:CRVB:2012:BY6094
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- M.C. Bruning
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Herwaardering opleiding en benoeming in groepsfunctie E met terugwerkende kracht
Appellant voerde bezwaar tegen het besluit van de staatssecretaris dat hem niet in categorie 2 bij de selectieprocedure voor groepsfunctie E plaatste vanwege twijfel over het opleidingsniveau van zijn CNE-opleiding. In een eerdere tussenuitspraak werd vastgesteld dat het beleid om erkende MBO-4 opleidingen als gelijkwaardig aan groepsfunctie E te beschouwen niet onredelijk is, maar dat ook niet erkende opleidingen voldoende bewijs moeten leveren voor gelijkwaardigheid.
Appellant leverde voldoende gegevens aan die het vermoeden wekten dat zijn opleiding ten minste MBO-niveau heeft. Het Informatiecentrum Diploma Waardering kon de opleiding niet goed vergelijken met het Nederlandse systeem, maar erkende een MBO+ niveau. De Raad oordeelde dat eventuele twijfel niet in het nadeel van appellant mocht werken, temeer daar het denkniveau van appellant niet betwist werd.
De staatssecretaris werd opgedragen het bezwaar opnieuw te beoordelen met inachtneming van deze overwegingen. De Raad vernietigde het bestreden besluit en de eerdere uitspraak van de rechtbank, en bepaalde dat appellant alsnog in groepsfunctie E moet worden benoemd met terugwerkende kracht. Tevens moet de staatssecretaris de bezoldiging met wettelijke rente nabetalen en het betaalde griffierecht vergoeden. Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten van appellant in hoger beroep.
Uitkomst: Appellant wordt met terugwerkende kracht benoemd in groepsfunctie E en krijgt nabetaling van bezoldiging.