ECLI:NL:CRVB:2012:BY6197
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na zorgvuldig verzekeringsgeneeskundig onderzoek
Appellante, die sinds 1995 arbeidsongeschikt is voor haar werk als leidster in de kinderopvang, kreeg haar WAO-uitkering in 2005 beëindigd omdat zij minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht. Na een melding van verslechtering in 2010 kende het UWV haar een uitkering toe van 80-100% arbeidsongeschiktheid vanaf 7 juli 2008, maar stelde vervolgens vast dat zij vanaf 24 januari 2011 minder dan 15% arbeidsongeschikt was. Appellante maakte bezwaar en kreeg een herziening naar 15-25% arbeidsongeschiktheid toegekend.
Zij ging in beroep tegen deze beslissing, stellende dat haar fysieke en psychische beperkingen groter zijn dan vastgesteld, mede vanwege klachten tijdens een re-integratieperiode en een urenbeperking. De rechtbank oordeelde dat het UWV voldoende zorgvuldig onderzoek had verricht, waarbij de medische en arbeidskundige rapportages een verlies aan verdiencapaciteit van circa 23% aannemelijk maakten.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunt, ondersteund door een brief van haar psycholoog. De Raad volgde echter de bezwaarverzekeringsarts die stelde dat de klachten in januari 2011 niet significant anders waren dan eerder en dat de urenbeperking pas vanaf oktober 2011 feitelijk aan de orde was. De Raad bevestigde dat de functies medisch geschikt zijn voor appellante en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.