ECLI:NL:CRVB:2012:BY6201
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J. Brand
- G.W.B. van Westen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op WIA-uitkering wegens onvoldoende medische beperkingen
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV waarin werd vastgesteld dat hij per 27 juni 2010 geen recht heeft op een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). De rechtbank had het beroep van appellant ongegrond verklaard, omdat het UWV een deugdelijk verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek had uitgevoerd.
Appellant stelde dat hij door psychische klachten en wegrakingen ernstiger beperkt zou zijn dan het UWV aannam, en verwees naar medische brieven van zijn psychiater en een arts. Het UWV voerde aan dat de bezwaarverzekeringsarts bekend was met deze brieven en meer gewicht had toegekend aan een eerder, beter onderbouwd medisch rapport. Ook waren de wegrakingen niet neurologisch verklaard en de recente medische bevindingen niet relevant voor de datum in geschil.
De Raad overwoog dat de rechtbank de gronden van appellant juist had beoordeeld en dat het bestreden besluit op een deugdelijke medische en arbeidskundige grondslag berust. De aanvullende medische stukken boden onvoldoende onderbouwing voor ernstigere beperkingen. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV bevestigd dat appellant geen recht heeft op een WIA-uitkering.