ECLI:NL:CRVB:2012:BY6223
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant is sinds april 2008 wegens psychische klachten arbeidsongeschikt en verzocht om een WIA-uitkering. Het UWV stelde op 26 april 2010 vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is en wees de uitkering af. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat hij geschikt is voor zijn eigen werk als productiemedewerker.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunt en voerde aan dat hij tijdens het medisch onderzoek niet volledig was geweest uit angst voor gedwongen opname en medicatie. Hij verzocht om benoeming van een deskundige. Tevens overhandigde hij een verklaring van een buitenlandse psychiater.
De Raad oordeelde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat appellant geschikt is voor zijn werk. De bezwaarverzekeringsarts had de beperkingen van appellant nader onderzocht en aangepast, maar dit leidde niet tot een hogere mate van arbeidsongeschiktheid. De verklaring van de buitenlandse psychiater werd niet overtuigend geacht omdat deze niet relevant was voor de peildatum en geen nieuwe feiten bevatte.
De Centrale Raad van Beroep zag geen reden een deskundige te benoemen en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Appellant heeft geen recht op een WIA-uitkering omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt is en geschikt wordt geacht voor zijn eigen werk.