ECLI:NL:CRVB:2012:BY6223

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
14 december 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11-4499 WIA
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (Wet WIA)
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen recht op WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid

Appellant is sinds april 2008 wegens psychische klachten arbeidsongeschikt en verzocht om een WIA-uitkering. Het UWV stelde op 26 april 2010 vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is en wees de uitkering af. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat hij geschikt is voor zijn eigen werk als productiemedewerker.

In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunt en voerde aan dat hij tijdens het medisch onderzoek niet volledig was geweest uit angst voor gedwongen opname en medicatie. Hij verzocht om benoeming van een deskundige. Tevens overhandigde hij een verklaring van een buitenlandse psychiater.

De Raad oordeelde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat appellant geschikt is voor zijn werk. De bezwaarverzekeringsarts had de beperkingen van appellant nader onderzocht en aangepast, maar dit leidde niet tot een hogere mate van arbeidsongeschiktheid. De verklaring van de buitenlandse psychiater werd niet overtuigend geacht omdat deze niet relevant was voor de peildatum en geen nieuwe feiten bevatte.

De Centrale Raad van Beroep zag geen reden een deskundige te benoemen en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Appellant heeft geen recht op een WIA-uitkering omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt is en geschikt wordt geacht voor zijn eigen werk.

Uitspraak

11/4499 WIA
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van 23 juni 2011, 10/2254 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[A. te B.]
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Datum uitspraak 14 december 2012.
PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. J.J. Achterveld, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 november 2012. Partijen zijn - met kennisgeving vooraf - niet verschenen.
OVERWEGINGEN
1. Appellant is op 25 april 2008 wegens psychische klachten uitgevallen voor zijn werk als productiemedewerker. Bij besluit van 26 april 2010 heeft het Uwv vastgesteld dat voor appellant geen recht op een uitkering ingevolge de Wet Werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) is ontstaan, omdat hij met ingang van 23 april 2010 minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Het Uwv heeft zich daarbij gebaseerd op een psychiatrische expertise verricht door S. Nannan Panday, psychiater, werkzaam bij Psyon te Amsterdam.
Het bezwaar van appellant tegen dit besluit is bij beslissing op bezwaar van 1 oktober 2010 (bestreden besluit) ongegrond verklaard.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Daarbij heeft de rechtbank overwogen geen aanwijzingen te kunnen vinden om aan te nemen dat de belastbaarheid van appellant per 23 april 2010 door de verzekeringsarts en de bezwaarverzekeringsarts is overschat. De rechtbank is van oordeel dat appellant objectief beschouwd in staat moet worden geacht om zijn eigen werk als productiemedewerker te verrichten. Om die reden is er geen sprake van verlies aan verdiencapaciteit en komt hij niet in aanmerking voor een WIA-uitkering.
3.1. In hoger beroep heeft appellant zijn standpunt herhaald dat hij tijdens het onderzoek door Nannan Panday over een aantal aspecten van zijn medische situatie heeft gezwegen uit angst voor gedwongen opname en/of gedwongen toediening van medicatie. Met name heeft hij verzwegen dat hij te kampen heeft met stemmen in zijn hoofd en met extreme stemmingswisselingen. Hij verzoekt de Raad in hoger beroep alsnog een deskundige (psychiater) in te schakelen.
3.2. Voorts heeft appellant een verklaring overgelegd van Doctor Jamal Chiboub, psychiater en psychotherapeut te Fez (Marokko), gedateerd 8 maart 2012.
4.1. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.2. De rechtbank heeft met juistheid overwogen dat de door appellant in beroep ingediende gronden tegen het bestreden besluit niet slagen en dat appellant geschikt moet worden geacht voor zijn eigen werk. Hetgeen appellant in hoger beroep naar voren heeft gebracht is, voor zover dat geen herhaling betreft, door de bezwaarverzekeringsarts op overtuigende wijze weersproken. De Raad verwijst in dit verband naar het rapport van de bezwaarverzekeringsarts van 22 augustus 2011, dat mede is gebaseerd op een nadere toelichting van de psychiater Nannan Panday van diezelfde datum. Naar aanleiding daarvan heeft de bezwaarverzekeringsarts de Functionele Mogelijkhedenlijst aangescherpt op het gebied van samenwerken en ook beperkingen opgenomen voor werken met klanten en patiënten en voor leidinggeven. Vervolgens heeft de bezwaararbeidsdeskundige in zijn rapport van 30 augustus 2011 geconstateerd dat de aangepaste FML geen consequenties heeft voor de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant. De Raad ziet geen aanleiding tot het benoemen van een deskundige.
4.3. Naar aanleiding van de door appellant in hoger beroep in geding gebrachte verklaring van zijn behandelend psychiater, gedateerd 8 maart 2012, merkt de Raad op dat daarin geen melding wordt gemaakt van het horen van stemmen. Nu deze verklaring, die niet ziet op de datum in geding 23 april 2010, slechts een korte anamnese, een diagnose en een aanbeveling tot behandeling bevat, kan de Raad daaraan niet die waarde toekennen die appellant er aan gehecht wil zien.
4.4. Gelet op de overwegingen 4.2 en 4.3 slaagt het hoger beroep niet. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
5. Er bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door M.C. Bruning, in tegenwoordigheid van M. Sahin als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 14 december 2012.
(getekend) M.C. Bruning
(getekend) M. Sahin
NW