ECLI:NL:CRVB:2012:BY6227
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- M.C. Bruning
- E.J. Govaers
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid na borstkanker
Appellante, voormalig allround horecamedewerkster, viel in juni 2008 uit wegens de gevolgen van borstkanker. Het UWV stelde bij besluit van 23 april 2010 vast dat zij per 7 juni 2010 minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waardoor geen recht op een WIA-uitkering ontstond. Dit besluit werd bij bezwaar op 30 november 2010 gehandhaafd en de rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar beperkingen niet juist waren vastgesteld en dat zij niet in staat was de geduide functies uit te oefenen. Zij overlegde een rapport van een verzekeringsarts die op dossieronderzoek baseerde dat haar beperkingen waren overschat. De bezwaarverzekeringsarts reageerde hierop met het standpunt dat het rapport geen nieuwe medische gegevens bevatte en dat de beperkingen adequaat waren verwerkt in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML).
De Raad overwoog dat het rapport van de verzekeringsarts Van der Boog onvoldoende overtuigend was omdat het louter op dossieronderzoek was gebaseerd en geen stellig standpunt innam. De algemene brochure over vermoeidheid na kanker kon de medische beoordeling niet weerleggen. De arbeidskundige onderbouwing was voldoende gemotiveerd en de geduide functies hielden rekening met de beperkingen van appellante. De Raad bevestigde daarom de aangevallen uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit dat appellante geen recht heeft op een WIA-uitkering wordt bevestigd.