ECLI:NL:CRVB:2012:BY6253
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering Wajong-uitkering en heropening onderzoek redelijke termijn
Appellant had bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om hem geen Wajong-uitkering toe te kennen vanaf 9 juni 2005 wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 25%. Dit bezwaar werd ongegrond verklaard, evenals het daarop volgende beroep bij de rechtbank. In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunt dat hij volledig arbeidsongeschikt is.
Na uitgebreid onderzoek, waaronder een deskundigenrapport van een psychiater en nadere reacties van partijen, nam het UWV op 15 februari 2012 een nieuw besluit waarin appellant alsnog een Wajong-uitkering werd toegekend met een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Appellant stemde hiermee in, maar handhaafde zijn verzoek om vergoeding van proceskosten en schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De Raad constateert dat het UWV ten onrechte de uitkering had geweigerd en vernietigt het eerdere besluit en de aangevallen uitspraak. Gezien de lange duur van de procedure, ruim vijf jaar en acht maanden, acht de Raad het aannemelijk dat de redelijke termijn is overschreden in zowel de bestuurlijke als rechterlijke fase. Daarom wordt het onderzoek naar de schadevergoeding heropend en wordt tevens de Staat der Nederlanden als partij betrokken.
Tot slot veroordeelt de Raad het UWV in de proceskosten van appellant voor zowel beroep als hoger beroep, en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed. De uitspraak is gedaan door J.P.M. Zeijen en uitgesproken op 14 december 2012.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd en het onderzoek naar schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt heropend.