ECLI:NL:CRVB:2012:BY6271

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
14 december 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
12-1625 WWB-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArtikel 21 Beroepswet
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet ongegrond wegens niet tijdig betalen griffierecht in hoger beroep WWB

Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Alkmaar in een WWB-zaak. De Raad van 24 juli 2012 verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk omdat het verschuldigde griffierecht niet tijdig was betaald. Appellant stelde hiertegen verzet in.

Tijdens de zitting op 13 december 2012 was appellant aanwezig, het college van burgemeester en wethouders van Heiloo was niet verschenen. De Raad oordeelde dat appellant geen nieuwe argumenten had aangevoerd die het eerdere oordeel konden wijzigen. De Raad wees erop dat de inhoudelijke behandeling van de zaak kan plaatsvinden in het hoger beroep tegen de uitspraak van 20 december 2012 bij de rechtbank Alkmaar.

De Raad verklaarde het verzet ongegrond en wees een veroordeling in de proceskosten af. De uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in aanwezigheid van griffier D.W.M. Kaldenhoven, op 14 december 2012.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.

Uitspraak

12/1625 WWB-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Alkmaar van 9 februari 2012, 11/582 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Heiloo (college)
Datum uitspraak: 14 december 2012
PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 24 juli 2012 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 24 juli 2012 heeft appellant verzet gedaan.
Het verzet is behandeld ter zitting van 13 december 2012. Appellant is verschenen. Het college is, met voorafgaand bericht, niet verschenen.
OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 24 juli 2012 berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet binnen de gestelde termijn is bijgeschreven op de rekening van de Raad dan wel ter griffie is gestort, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
In het verzetschrift heeft appellant niets aangevoerd dat leidt tot het oordeel dat de uitspraak van de Raad van 24 juli 2012 onjuist is. Ook overigens is voor zo’n oordeel geen grond.
Wat appellant voor het overige heeft aangevoerd, heeft in wezen betrekking op de zaak waarin op 20 december 2012 een zitting bij de rechtbank Alkmaar zal plaatsvinden. Ter zitting van de Raad is aan appellant medegedeeld dat tegen de uitspraak in die zaak hoger beroep bij de Raad kan worden ingesteld en dat in dat kader (alles) aan de orde kan worden gesteld wat de Raad nu onbesproken moet laten.
Het verzet wordt ongegrond verklaard.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 14 december 2012.
(getekend) T.G.M. Simons
(getekend) D.W.M. Kaldenhoven
TM