ECLI:NL:CRVB:2012:BY6275
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens ontbreken toegenomen arbeidsongeschiktheid
Appellante verzocht om een WIA-uitkering, maar het UWV weigerde deze toe te kennen omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
De medische onderzoeken, waaronder die van verzekeringsartsen en een pijnspecialist, toonden geen overtuigend bewijs van een toename van de beperkingen van appellante sinds 2006. De functionele mogelijkhedenlijst uit 2006 bleef van toepassing, en de bezwaarverzekeringsarts concludeerde dat de medische toestand hooguit marginaal was gewijzigd.
De Raad oordeelt dat het onderzoek zorgvuldig en volledig is uitgevoerd en dat de aangevoerde medische stukken geen aanleiding geven tot een andere conclusie. De klacht over werktijdenbeperking wordt niet onderbouwd met medische argumenten die een duurbeperking rechtvaardigen.
Daarom wordt de weigering van de WIA-uitkering bevestigd en is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens het ontbreken van toegenomen arbeidsongeschiktheid.