ECLI:NL:CRVB:2012:BY6319
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Ziektewetuitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant was vanaf 1 november 2008 in dienst als senior groepsleider en beëindigde zijn dienstverband per 1 februari 2009. Hij werkte daarna via een uitzendbureau als lader en losser tot 5 oktober 2009, ondanks psychische klachten die hij vanaf 1 februari 2009 meldde. Het UWV stelde na onderzoek vast dat appellant niet arbeidsongeschikt was voor zijn eigen werk per genoemde datum en weigerde een Ziektewetuitkering.
Appellant maakte bezwaar en startte beroep tegen deze beslissing. Hij stelde dat zijn psychische beperkingen, waaronder een dissociatieve stoornis, onvoldoende waren meegewogen en dat de functieomschrijving die het UWV gebruikte achterhaald was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het UWV zorgvuldig had gehandeld en relevante medische informatie had betrokken.
In hoger beroep handhaafde de Centrale Raad van Beroep deze conclusie. De Raad vond dat het UWV terecht had geoordeeld dat de psychische stoornis onvoldoende objectief was onderbouwd en dat de functieomschrijving geen aanleiding gaf tot een andere beoordeling. Bovendien had appellant de werkzaamheden bij de tweede werkgever verricht ondanks zijn klachten. Het verzoek tot schadevergoeding werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen Ziektewetuitkering toekomt wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid per 1 februari 2009.