ECLI:NL:CRVB:2012:BY6375
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J. Brand
- G.W.B. van Westen
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt uitspraak over WIA-uitkering en wijst zaak terug naar rechtbank
Appellante had beroep ingesteld tegen een besluit van het UWV waarin werd vastgesteld dat zij per 27 augustus 2009 geen recht had op een WIA-uitkering. De rechtbank had het beroep van appellante deels gegrond verklaard en het besluit vernietigd, waarna het UWV een nieuw besluit moest nemen.
Zowel appellante als het UWV gingen in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de rechtbank geen inhoudelijk oordeel had gegeven over de gronden van het beroep en het verweer, en dat het primaire besluit door de vernietiging weer van kracht werd, waardoor appellante onbedoeld in een slechtere positie kwam te verkeren. Dit is in strijd met het verbod van reformatio in peius zoals neergelegd in artikel 8:69 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Daarom vernietigde de Raad het gedeelte van de uitspraak dat het beroep gegrond verklaarde en wees de zaak terug naar de rechtbank voor een nieuwe beoordeling. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierechten. Beide partijen wensten geen finale beslissing door de Raad om geen instantie te verliezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de uitspraak en wijst de zaak terug naar de rechtbank.