ECLI:NL:CRVB:2012:BY6459
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering en terugvordering ziekengeld door UWV na oogziekte
Appellant was sinds maart 2009 werkzaam bij een uitzend- en aannemersbureau en onderging in maart 2009 laserbehandelingen aan zijn oog. Vanaf 1 april 2009 meldde hij zich ziek en kreeg een Ziektewetuitkering toegekend. Het UWV beëindigde deze uitkering in augustus 2010 na een medisch onderzoek, waarna appellant bezwaar maakte dat ongegrond werd verklaard.
In november 2010 meldde appellant zich opnieuw ziek en ontving voorschot op Ziektewetuitkering. Na onderzoek in maart 2011 werd vastgesteld dat hij weer geschikt was voor zijn eigen arbeid, waarna het UWV de uitkering stopzette en ten onrechte betaalde bedragen terugvorderde. Appellant maakte hiertegen bezwaar dat eveneens ongegrond werd verklaard.
De rechtbank Rotterdam verklaarde de beroepen van appellant tegen beide besluiten ongegrond. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft deze uitspraken, oordeelt dat het UWV terecht is uitgegaan van de lichtere werkzaamheden als maatstaf voor de arbeid en dat het onderzoek zorgvuldig was. Er is geen aanleiding voor het inschakelen van een medisch deskundige en de hoger beroepen worden verworpen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV terecht de Ziektewetuitkering heeft geweigerd en het ten onrechte betaalde ziekengeld heeft teruggevorderd.