ECLI:NL:CRVB:2012:BY6544
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag uitstroompremie wegens niet voldoen aan zesmaandenvoorwaarde WWB-uitkering
Appellant ontving vanaf december 2007 een bijstandsuitkering op grond van de WWB. Na beëindiging van de bijstand vanwege werkaanvaarding in mei 2008, diende appellant in februari 2009 een aanvraag in voor een uitstroompremie. Het college wees deze aanvraag af omdat appellant niet voldeed aan de voorwaarde dat hij minimaal zes maanden een WWB-uitkering moest hebben ontvangen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraak omdat het college het beleid waarop de afwijzing was gebaseerd niet deugdelijk had gemotiveerd. De Raad stelt vast dat de beleidsregels premieverstrekking die op 29 januari 2009 in werking traden, eisen dat de betrokkene minimaal zes maanden een WWB-uitkering heeft ontvangen en negen maanden uitkeringsonafhankelijk is.
Hoewel het beleid buitenwettelijk is, wordt getoetst op consistente toepassing. De Raad oordeelt dat appellant niet voldoet aan de zesmaandenvoorwaarde en dat het college de aanvraag terecht heeft afgewezen. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat geen ondubbelzinnige toezegging is gedaan. De Raad vernietigt het bestreden besluit, laat de rechtsgevolgen in stand en veroordeelt het college in de proceskosten.
Uitkomst: De aanvraag om uitstroompremie wordt terecht afgewezen omdat appellant niet voldoet aan de zesmaandenvoorwaarde, ondanks vernietiging van het besluit wegens onvoldoende motivering.