ECLI:NL:CRVB:2012:BY6592
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet ongegrond wegens niet tijdige betaling griffierecht in hoger beroep WWB
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank in een zaak betreffende de Wet werk en bijstand (WWB). De Raad heeft het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht. Appellante heeft verzet aangetekend tegen deze beslissing.
Tijdens de zitting heeft appellante toegelicht dat zij psychische problemen had en in oktober 2012 met spoed in het ziekenhuis is opgenomen. Haar vader verklaarde dat het college bijzondere bijstand had verleend voor het griffierecht en dat het bedrag tijdig aan appellante was betaald, maar appellante was vergeten het over te maken aan de Raad. Tevens gaf hij aan dat de griffie hem telefonisch niet had geïnformeerd over de niet-betaling.
De Raad oordeelt dat de ziekenhuisopname na de termijn voor betaling heeft plaatsgevonden en dat het telefonisch contact ook na het verstrijken van de termijn was. Het belang van appellante bij inhoudelijke behandeling speelt geen rol bij ontvankelijkheid. De Raad is wettelijk verplicht het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren bij niet-verontschuldigbare overschrijding van de betalingstermijn. Het verzet wordt ongegrond verklaard en het te laat betaalde griffierecht wordt terugbetaald.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht, waardoor het hoger beroep niet-ontvankelijk is.