ECLI:NL:CRVB:2012:BY6594
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet-ingebruikneming opgegeven woonadres
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) als alleenstaande. Het college trok de bijstand per 1 juni 2009 in omdat uit onderzoek bleek dat appellant niet op het opgegeven adres woonde. Een huisbezoek toonde een leegstaand, afgesloten huis zonder persoonlijke bezittingen. Appellant voerde aan dat hij mantelzorger was en elders verbleef, maar dit weerlegde het college.
De rechtbank vernietigde het intrekkingsbesluit maar handhaafde de rechtsgevolgen. Het college wees een nieuwe aanvraag af wegens ontbreken van gewijzigde omstandigheden en vorderde een eerder verleend voorschot terug. Appellant ging in hoger beroep tegen deze beslissingen.
De Raad oordeelde dat de onderzoeksbevindingen, ondanks een summiere rapportage, voldoende waren om de conclusie te rechtvaardigen dat appellant niet op het opgegeven adres woonde. De Raad verwierp het verweer over de betrouwbaarheid van de rapportage en de stellingen over waterverbruik. Ook was appellant niet geslaagd in het aantonen van gewijzigde omstandigheden voor de nieuwe aanvraag.
Daarom was het college bevoegd de bijstand in te trekken, de aanvraag af te wijzen en het voorschot terug te vorderen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de bijstand, afwijzing van de nieuwe aanvraag en terugvordering van het voorschot.