ECLI:NL:CRVB:2012:BY6788
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaarschrift wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding bij terugvordering bijstand
Appellant ontving bijstand als beëindigend zelfstandige en kreeg de verplichting zijn bedrijf uiterlijk 3 januari 2011 te beëindigen. Het college verzocht herhaaldelijk om informatie over de beëindiging van het bedrijf. Bij besluit van 1 april 2011 werd de bijstand teruggevorderd wegens niet-naleving van verplichtingen. Appellant diende het bezwaarschrift te laat in, namelijk pas op 5 juli 2011, terwijl de termijn liep van 2 april tot 13 mei 2011.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond wegens overschrijding van de termijn zonder verschoonbare reden. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de brief van 27 april 2011 waarin om aanvullende gegevens werd gevraagd, hem de indruk gaf dat hij nog gegevens mocht aanleveren en dat het besluit van 1 april 2011 niet duidelijk was vastgesteld.
De Raad oordeelt dat de gegevens in de brief van 27 april 2011 betrekking hadden op andere informatie dan die voor het besluit van 1 april 2011 was gevraagd. Er was geen grond om de termijnoverschrijding als verschoonbaar te beschouwen. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het bezwaarschrift wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.