ECLI:NL:CRVB:2012:BY6790
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- B.M. van Dun
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Geen recht op ZW-uitkering en terugvordering wegens niet-melden zelfstandige werkzaamheden
Appellant stelde beroep in tegen het besluit van het Uwv dat zijn WW- en ZW-uitkeringen herzag en terugvordering van onverschuldigd betaalde bedragen oplegde. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard, waarbij werd vastgesteld dat appellant zijn zelfstandige werkzaamheden niet had gemeld op de werkbriefjes, wat leidde tot herziening en intrekking van de uitkeringen.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij verkeerd was voorgelicht over het melden van uren en dat terugvordering onterecht was vanwege goed vertrouwen en dringende medische en sociale redenen. De Raad oordeelde dat appellant de inlichtingenplicht had geschonden door niet te melden, ook al had hij later wel een brief gestuurd over het starten van een bedrijf. De herziening en terugvordering waren daarom terecht.
De Raad stelde vast dat appellant geen werknemer was in de zin van de ZW en dat terugvordering niet onaanvaardbare gevolgen had. Het beleid van het Uwv om in sommige gevallen af te zien van herziening werd als buitenwettelijk begunstigend beleid aangemerkt, maar hier niet van toepassing geacht. De Raad constateerde tevens overschrijding van de redelijke termijn en besloot het onderzoek te heropenen voor een nadere uitspraak over schadevergoeding.
De eerdere uitspraak van de rechtbank werd vernietigd, het beroep tegen het besluit van 19 mei 2008 gegrond verklaard, en het beroep tegen het besluit van 11 april 2011 ongegrond. Het Uwv werd veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 19 mei 2008 is gegrond verklaard en vernietigd, het beroep tegen het besluit van 11 april 2011 ongegrond, met heropening van het onderzoek wegens overschrijding van de redelijke termijn.