ECLI:NL:CRVB:2012:BY6892
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J.J.T. van den Corput
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering wegens geschiktheid voor lichte productiewerkzaamheden
Appellant meldde zich op 12 oktober 2009 ziek na een periode van werkloosheid en had kort daarvoor als magazijnmedewerker gewerkt. Het UWV beëindigde op 8 maart 2010 de Ziektewet-uitkering omdat appellant niet langer ongeschikt was voor zijn werk. De rechtbank vernietigde dit besluit vanwege onvoldoende onderzoek naar de aard van het werk en de beperkingen van appellant, maar handhaafde de rechtsgevolgen op grond van een arbeidsdeskundig en medisch rapport.
In hoger beroep betwist appellant de gehanteerde arbeidsmaatstaf en stelt dat hij door zijn beperkingen geen lichte productiewerkzaamheden kan verrichten. De Raad oordeelt dat het werk bij de laatste werkgever als maatstaf geldt en dat de bezwaarverzekeringsarts op goede gronden concludeerde dat appellant geschikt was voor dit werk, ondanks beperkingen in frequent diep buigen en aaneengesloten lopen.
De door appellant overgelegde medische gegevens en het arbeidspsychologisch rapport bieden geen aanleiding tot afwijking van dit oordeel. De Raad bevestigt daarom het bestreden besluit en wijst het hoger beroep af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Ziektewet-uitkering van appellant wordt beëindigd omdat hij geschikt is voor lichte productiewerkzaamheden bij zijn laatste werkgever.