ECLI:NL:CRVB:2012:BY7514
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herzieningsverzoek gedifferentieerde WAO-premie zonder nieuwe feiten
Appellante verzocht het UWV om herziening van premiebesluiten over de jaren 2001 tot en met 2005, omdat volgens haar ten onrechte WAO-uitkeringen van personen werden betrokken die niet in dienst waren op de eerste dag van arbeidsongeschiktheid.
Het UWV wees het verzoek grotendeels af, met uitzondering van één geval, en handhaafde de premiebesluiten. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond omdat appellante geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd die herziening rechtvaardigen. Appellante stelde dat het UWV in strijd handelde met het gelijkheidsbeginsel en het verbod van willekeur door niet in alle gevallen dezelfde gegevens te gebruiken.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De Raad oordeelt dat het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden conform artikel 4:6 Awb Pro het herzieningsverzoek niet kan rechtvaardigen. Daarnaast is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het UWV in vergelijkbare gevallen anders heeft gehandeld, zodat geen sprake is van strijd met het gelijkheidsbeginsel of willekeur.
De Raad benadrukt dat de rechter zich moet beperken tot toetsing aan het criterium van nieuwe feiten of omstandigheden en dat een inhoudelijke toetsing van eerdere, rechtens onaantastbare besluiten niet aan de orde is. Het beroep van appellante wordt daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het herzieningsverzoek bevestigd.