ECLI:NL:CRVB:2012:BY7612
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring wegens niet-betaling griffierecht ongegrond verklaard
Appellant heeft verzet ingesteld tegen een eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep waarin zijn hoger beroep niet-ontvankelijk werd verklaard wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht. Appellant stelde dat hij bijzondere bijstand had aangevraagd bij het college voor de griffierechtkosten en dat de hoogte van het griffierecht de toegang tot de rechter belemmerde, mede gelet op het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.
De Raad oordeelde dat appellant het griffierecht niet binnen de gestelde termijn van vier weken had betaald en dat hij geen tijdige aanvraag om uitstel of beroep op betalingsonmacht had gedaan. De Raad zag geen aanleiding om het besluit op de aanvraag bijzondere bijstand op te vragen en verwierp het betoog dat het griffierecht de toegang tot de rechter belemmerde, omdat appellant dit niet aannemelijk had gemaakt.
Verder kon het belang van appellant bij het hoger beroep en zijn stelling dat de gevolgen van de besluitvorming onevenredig waren, niet meebrengen dat het niet betalen van het griffierecht verschoonbaar was. Het verzet werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak werd gedaan door W.F. Claessens, in aanwezigheid van griffier J. de Jong, op 21 december 2012.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring wegens niet-betaling van het griffierecht wordt ongegrond verklaard.