ECLI:NL:CRVB:2012:BY7628
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening van WAO-uitkering met terugwerkende kracht wegens buitenlandse uitkering
Appellant, een Finse werknemer die sinds 1994 in Nederland werkte, ontving een WAO-uitkering vanaf juni 2001. Later bleek dat hij ook aanspraak had op een Finse arbeidsongeschiktheidsuitkering over dezelfde periode. Het UWV herzag daarom met terugwerkende kracht de WAO-uitkering, waarbij het teveel betaalde bedrag werd gecorrigeerd.
Appellant betwistte de terugwerkende kracht van de herziening en voerde aan dat hij niet te veel uitkering had ontvangen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het UWV terecht de herziening toepaste, ook met terugwerkende kracht, en dat het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel dit niet in de weg stond.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. De Raad stelde dat appellant objectief gezien kon weten dat hij aanspraak had op een Finse uitkering en dat het UWV het beleid rond herziening consistent heeft toegepast. Hierdoor was de herziening met terugwerkende kracht gerechtvaardigd en mocht het UWV het teveel betaalde bedrag verrekenen met de Finse uitkering.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering met terugwerkende kracht is terecht en wordt bevestigd.