ECLI:NL:CRVB:2012:BY7635
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- T. Hoogenboom
- E.J. Govaers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, voormalig boekettensamenstelster, meldde zich ziek vanwege lage rug- en nekklachten tijdens een periode van werkloosheid. Het UWV stelde op 15 oktober 2009 vast dat zij vanaf 7 augustus 2009 minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waardoor geen recht op WIA-uitkering ontstond. Appellante maakte bezwaar, waarna een herbeoordeling door een bezwaarverzekeringsarts en arbeidsdeskundige plaatsvond. De arts beperkte enkele functionele beperkingen, maar handhaafde preventieve beperkingen voor langdurig bovenhands en gebogen werken. De arbeidsdeskundige concludeerde dat de geduide functies geschikt waren.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat onvoldoende rekening was gehouden met haar gegeneraliseerd pijnsyndroom en beperkingen zoals wisselen van houding, en dat zij niet voldeed aan het vereiste van voltooid basisonderwijs. De Raad oordeelde dat de medische beoordeling adequaat was onderbouwd en dat de arbeidsdeskundige de functies passend achtte. De verklaring van appellante over het voltooien van de lagere school werd geloofd.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten aan appellante. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 28 december 2012.
Uitkomst: Hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het UWV dat geen recht op WIA-uitkering bestaat wordt bevestigd.