ECLI:NL:CRVB:2012:BY7667
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens ontbreken hoofdverblijf in Amsterdam
Appellant diende op 29 april 2010 een aanvraag om bijstand in bij het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, waarbij hij verklaarde te wonen in een eenkamerappartement in Amsterdam. Tijdens een gesprek op 7 juni 2010 gaf appellant aan dat een kennis sinds eind mei 2010 in zijn appartement woonde en hij zelf slechts ongeveer twee keer per week aanwezig was, terwijl hij elders verbleef.
Een huisbezoek op het opgegeven adres bevestigde dat appellant geen hoofdverblijf had op dat adres, mede doordat er geen recente poststukken, geen telefoonoplader en geen administratie van appellant aanwezig waren. Het college wees de aanvraag af wegens niet-naleving van de inlichtingenverplichting op grond van artikel 17 WWB Pro.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. De Raad overwoog dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij zijn hoofdverblijf in Amsterdam had, waardoor hij geen recht had op bijstand van het college. Het hoger beroep werd afgewezen en de kosten werden niet aan appellant opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen omdat appellant geen hoofdverblijf in Amsterdam heeft.