ECLI:NL:CRVB:2012:BY7878
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek gedifferentieerde premie WAO wegens ontbreken nieuw feiten
Appellante verzocht het Uwv om herziening van premiebesluiten over de jaren 2001 tot en met 2003, stellende dat abusievelijk WAO-uitkeringen van rechtsvoorgangers dubbel waren betrokken bij de premieheffing. Het Uwv wees het verzoek af, waarna appellante bezwaar maakte. Na een gedeeltelijke gegrondverklaring door het Uwv werd het verzoek in een nieuw besluit alsnog afgewezen op basis van een convenant en inhoudelijk onderzoek.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de instroomlijsten die appellante overlegde geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden vormden die niet eerder aangevoerd hadden kunnen worden. De Raad bevestigt dit oordeel en benadrukt dat de rechter zich bij toetsing moet beperken tot de vraag of er sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden in de zin van artikel 4:6 Awb Pro.
Appellante stelde dat het Uwv in strijd handelde met het verbod van willekeur en het gelijkheidsbeginsel door niet in alle gevallen de rechtmatigheid van de toerekening te verifiëren en door verschillende uitkomsten in vergelijkbare zaken. De Raad vond geen bewijs dat de feiten in die zaken gelijk waren en achtte de handelwijze van het Uwv niet willekeurig.
De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 7 oktober 2011. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het herzieningsverzoek gehandhaafd.