ECLI:NL:CRVB:2013:1027
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- W.H. Bel
- A.M. Overbeeke
- Rechtspraak.nl
Beoordeling schadevergoeding na weigering bijstandsuitkering wegens verblijfsvergunning
Appellante vroeg bijstand aan op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het college wees de aanvraag aanvankelijk af wegens het ontbreken van een correcte verblijfsvergunning. Na overlegging van een juiste vergunning en een gewijzigde woonsituatie kende het college bijstand toe over een beperkte periode.
Appellante stelde dat zij schade had geleden door de handelwijze van het college en verzocht om schadevergoeding. Het college wees dit verzoek af, wat door de rechtbank werd bevestigd. In hoger beroep oordeelde de Centrale Raad van Beroep dat de besluiten van het college niet onrechtmatig waren, omdat de herroeping het gevolg was van gewijzigde omstandigheden.
De Raad benadrukte dat voor schadevergoeding vereist is dat sprake is van onrechtmatige besluitvorming, hetgeen niet is gebleken. De schade die appellante stelt te hebben geleden, kan daarom niet worden vergoed. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen omdat de besluiten niet onrechtmatig zijn.