ECLI:NL:CRVB:2013:1030
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens onvoldoende medewerking aan arbeidspsychologisch onderzoek
Appellant werd door het college van burgemeester en wethouders van Heerlen verplicht om mee te werken aan een arbeidspsychologisch onderzoek om zijn mogelijkheden tot arbeidsinschakeling te beoordelen. Ondanks meerdere schriftelijke uitnodigingen en telefonische aanmaningen verscheen appellant niet voor het onderzoek bij Aob Compaz op 12 mei 2011. Het college legde daarom een verlaging van de bijstand met 20% op, met ingang van 1 mei 2011, voor de duur van de tekortkoming met een minimum van één maand.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij niet schriftelijk op de hoogte was gesteld van de opdracht aan Aob Compaz en niet wist wat de doelstelling en gevolgen van het onderzoek waren. De Raad concludeerde echter dat appellant op 9 mei 2011 op de hoogte was of had kunnen zijn van de opdracht en de inhoud van het onderzoek, mede door de gesprekken met zijn inkomensconsulent en de brieven van Aob Compaz. Het niet verschijnen zonder geldige reden betekent dat appellant zijn arbeidsverplichtingen volgens artikel 9, eerste lid, WWB heeft geschonden.
De Raad oordeelde dat het college terecht de bijstand heeft verlaagd op grond van artikel 18, tweede lid, WWB. Het hoger beroep slaagde niet en de uitspraak van de rechtbank Maastricht werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand met 20% wegens onvoldoende medewerking aan het arbeidspsychologisch onderzoek wordt bevestigd.