Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellante diende een aanvraag in voor bijzondere bijstand ter vergoeding van kosten verbonden aan het inzage nemen in en veilig stellen van goederen met emotionele waarde uit containers bij een opslagbedrijf. Deze opslag bevatte haar inboedel en die van haar overleden ouders. Het college wees de aanvraag af omdat vanaf de datum waarop appellante woonachtig werd op een nieuw adres geen noodzaak meer bestond de opslag voort te zetten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep. De Raad oordeelde dat de opslagkosten vanaf de datum van verhuizing niet als noodzakelijke kosten in de zin van artikel 35 van Pro de WWB kunnen worden aangemerkt. De stelling dat de rechtbank het begrip noodzakelijke kosten te beperkt had uitgelegd, werd verworpen.
De Raad benadrukte dat de beoordeling van noodzakelijkheid en bijzondere omstandigheden centraal staat bij artikel 35 WWB Pro. Omdat de opslag niet langer noodzakelijk was, was er geen grond voor bijzondere bijstand. Het hoger beroep werd afgewezen en er werd geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: De aanvraag bijzondere bijstand voor opslagkosten wordt afgewezen omdat geen noodzaak meer bestond voor opslag vanaf de verhuisdatum.